Na de scheiding van haar ouders verhuizen Carmela en haar moeder naar het huis van haar oma. Terwijl ze zich aan haar nieuwe thuis probeert aan te passen, verlangt Carmela ernaar om meer tijd door te brengen bij haar vader, een beeldend kunstenaar die ze bewondert en aanbidt, maar die wordt beschuldigd van geweld tegen haar moeder. Carmela worstelt niet alleen met haar nieuwe gezinssituatie, maar ook met het gevoel niet gehoord of geliefd te zijn.
Deze indrukwekkende en emotioneel geladen tweede speelfilm van Júlia De Paz mijdt melodrama en werpt met scherpe gevoeligheid een blik op de nasleep van huiselijk geweld.

