New York, 1961. Jazzpianist Bill Evans heeft met drummer Paul Motian en bassist Scott LaFaro eindelijk zijn gedroomde trio gevonden. Tijdens een legendarische reeks concerten in de Village Vanguard nemen ze de muziek op die later zal verschijnen op de jazzklassiekers Sunday at the Village Vanguard en Waltz for Debby. Tien dagen later komt LaFaro om bij een auto-ongeluk. Evans, verlamd door verdriet, raakt zijn piano maandenlang niet meer aan. Terwijl hij worstelt met zijn verslaving en het verlies van zijn muzikale soulmate, probeert hij langzaam de weg terug naar de muziek te vinden.
Bill Evans behoort tot de invloedrijkste jazzpianisten van de twintigste eeuw. Na zijn samenwerking met Miles Davis op het legendarische Kind of Blue ontwikkelde hij met zijn eigen trio een subtiele, vernieuwende speelstijl waarin de drie muzikanten als gelijkwaardige stemmen met elkaar in dialoog gingen. Het plotselinge verlies van LaFaro betekende dan ook niet alleen het einde van een hechte vriendschap, maar ook van een uitzonderlijk muzikaal partnerschap.
Regisseur Grant Gee, bekend van de muziekdocumentaires Meeting People Is Easy over Radiohead en Joy Division, kiest voor een onconventionele biopic. Gebaseerd op Owen Martells roman Intermission beweegt de film associatief door Evans’ leven, tussen herinneringen, muziek, familie, verslaving en zelfdestructie. Het contrastrijke zwart-wit en de fragmentarische vertelstructuur weerspiegelen de innerlijke wereld van een muzikant die zijn evenwicht probeert terug te vinden.
Anders Danielsen Lie (The Worst Person in the World, Oslo, August 31st) vertolkt de briljante maar gekwelde pianist, naast onder anderen Bill Pullman en Laurie Metcalf. Met Everybody Digs Bill Evans kijkt Gee voorbij de romantische mythe van het gekwelde jazzgenie en maakt hij van de stilte na het verlies een even intiem als muzikaal portret. De film ging in wereldpremière op het filmfestival van Berlijn, waar Grant Gee werd bekroond met de Zilveren Beer voor Beste Regie.

