Los Angeles, midden jaren zeventig. Sylvester Stallone is een straatarme, onbekende acteur die maar niet aan de bak komt in Hollywood. Wanneer hij een scenario schrijft over een bokser die de kans krijgt om tegen de wereldkampioen te vechten, zien filmproducenten er meteen potentieel in. Ze willen het script kopen, maar Stallone stelt één voorwaarde: hij zal zelf de hoofdrol spelen. De studio’s zien liever een gevestigde ster en bieden hem steeds grotere bedragen om van zijn eis af te zien. Ondanks zijn financiële problemen blijft Stallone weigeren. Hij is vastbesloten om zijn eigen Rocky Balboa te worden.
Met I Play Rocky brengt regisseur Peter Farrelly (Green Book) het opmerkelijke waargebeurde verhaal achter een van de beroemdste sportfilms uit de filmgeschiedenis. Wat vandaag een Hollywoodlegende is, begon als een bijna onmogelijke strijd van een onbekende acteur tegen een filmindustrie die nauwelijks in hem geloofde.
De parallellen tussen Stallone en zijn personage zijn treffend. Net als Rocky Balboa is Stallone een underdog die keer op keer wordt onderschat, maar weigert de handdoek in de ring te gooien. Farrelly maakt van de moeizame ontstaansgeschiedenis van Rocky een verhaal over artistieke koppigheid, doorzettingsvermogen en de prijs die iemand bereid is te betalen om zijn droom waar te maken.
In 1976 groeide Rocky uit tot een onverwacht kassucces en won de film drie Oscars, waaronder die voor Beste Film. Stallone werd op slag een wereldster en zijn personage groeide uit tot een cultureel icoon. Vijftig jaar later vertelt I Play Rocky hoe die legende begon: niet in de boksring, maar in de strijd van een jonge acteur om zijn eigen verhaal te mogen vertellen.

